notfall

U kunt ons te allen tijde bereiken onder

Tel. +49 5922 74-0
Fax +49 5922 74-743172

info@fk-bentheim.de

Overige contactgegevens
Patiëntenopname/bezettingsmanagement

DE NL Contact

Het ziekenhuis dat gelukkig nooit is gebruikt

De poort waarachter de afdaling naar een enorme "bodemloze put" begint, is zorgvuldig vergrendeld. Een zwaar hangslot sluit de donkerblauwe stalen deur, ergens op de begane grond van het rijkelijke met zonlicht voorziene beddenhuis, stevig af. Achter deze deur leidt een korte, grijs geverfde betonnen trap naar het onderaardse labyrint. Onbarmhartig neonlicht flakkert op. Groenachtig oplichtende strepen op de kale, wit gekalkte muren wijzen de weg naar de operatiezalen en röntgenkamers, naar de centrale keuken, beddenzalen en laboratoria, naar machinekamers en energiecentrales, langs dieseltanks en noodstroomaggregaten, onder luchtschachten door en via met gelig water gevulde plassen tot diep in de tijd van de Koude Oorlog.

Sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie en het einde van de Koude Oorlog, aan het begin van de jaren 90 van de vorige eeuw, is de angst voor een atoomoorlog verdwenen. Het ene na het andere noodziekenhuis werd opgeheven. Ook het noodziekenhuis in Bad Bentheim is niet meer bruikbaar. Maar pas nu, aan begin van 2011, is de eens zo geheimzinnige kelder, waar bijna nooit iemand kwam, door de Bondsrepubliek aan de Fachklinik overgedragen. En die weet niet zo goed wat te doen met de ca. 45 diep onder de grond gelegen zalen.

Een van de 94 noodziekenhuizen in West-Duitsland

Het was de tijd van de Cubacrisis, de gespleten wereld stond aan de rand van een atoomoorlog. Voor de regering van de Bondsrepubliek het moment te besluiten noodziekenhuizen te bouwen, die op "Dag X" grote aantallen gewonden zouden moeten opnemen en verzorgen. In de daaropvolgende jaren ontstonden in West-Duitsland 94 van dergelijke noodklinieken, een daarvan in 1967 in Bad Bentheim. De Duitse staat besteedde omgerekend rond 150 miljoen euro voor deze bouwwerken, bedoeld voor de bescherming van de bevolking. Voor het onderhoud stond jaar na jaar telkens weer ca. 1,2 miljoen euro op de begroting.

Omdat bestaande gebouwen slechts tegen enorme kosten en met grote moeite tot noodziekenhuizen konden worden omgebouwd, maakte de Duitse regering gebruik van toch al geplande nieuwe bouwwerken, zoals beddenhuis 2 van het kuuroord, dat na de Tweede Wereldoorlog weer opleefde. De vennoten van de enkele jaren eerder opgerichte Fachklinik GmbH, het Fürstliches Haus, de Landkreis en de gemeente, was blij met de financiële steun van de Bondsrepubliek. Die bouwde er op eigen kosten tegen straling beschermende en bomvrije kelders om er functie- en behandelkamers in te richten. De vennoten bleef daarmee de investeringen voor dure fundamenten in de moerassige bodem bespaard.

De regering verleende daarnaast ruime subsidies voor onderaardse ziekenverblijven. Het complex, bestaande uit de bunker en de beddenhuizen 1 en 2, zou plaats moeten bieden aan 800 bedden. Voor een noodziekenhuis van deze grootte stelde de Bondregering onmiddellijk een bijdrage van ruim 700.000 D-Mark beschikbaar.

Loodbeton beschermt tegen straling

Op deze plek, door deze sluis, zouden de zwaargewonden de bunker binnengebracht worden. Ze zouden worden uitgekleed, waarna de met radioactiviteit besmette kleding via een stortkoker weggegooid zou worden. Enkele van de blokken loodbeton, waarmee de schacht meteen weer veilig afgesloten zou moeten worden liggen er nog, voorzien van roestige handgrepen.

"Entgiftung" (desinfectie) staat op de volgende deur. Uit de muur steken acht douchekoppen. Na het afschrobben zou de patiënt van hieruit worden verdergebracht naar de operatiezalen, de röntgenafdeling, naar de onderzoeks- en behandelkamers.

Door welke van de vele geel gekleurde deuren je ook kijkt, waar ook het schijnsel van de zaklamp valt wanneer een van de plafondlampen het weer eens heeft opgegeven, bijna alle ruimtes zijn leeggehaald. In een voormalig kantoor slingeren nog enkele vergeten dossier in de bedompte atmosfeer rond, ergens anders heeft Fachklinik ooit eens een paar afgedankte bedden en kasten opgeslagen. Wie beter kijkt, ontdekt in een stellingkast het Nieuwe Testament, stoffig en ongelezen. In een plas water op de vloer drijft een stuk papier met daarop gedrukt een citaat van de Franse schrijver Charles Péguy: "Alleen door hoop blijft alles bereid steeds weer opnieuw te beginnen".

Hoop: dat zou ongetwijfeld het enige zijn geweest waaraan het hier in het geval van een oorlog zou hebben ontbroken. Verder hadden de bureaucraten aan alles gedacht "450 katoenen hemden, 135 nachthemden, 288 katoenen jasjes, 900 luiers, 30 babyflessen, 135 rompertjes, 135 onderbroeken...". De inventarislijsten hangen er nog, naast de deuren, nauwkeurig getypt op al lang vergeeld papier.

Voor drie weken voorraad bij een atoomoorlog

"10 badhanddoeken 150 x 200 cm": een enkele, zorvuldig beschreven houten kist is er nog. Vroeger stonden er hier honderden, gestapeld tot aan het plafond. Drie weken lang zou men het in dergelijke bunkers, compleet geïsoleerd van de buitenwereld, moeten kunnen uithouden. Zo stelde men zich dat voor in een tijd waarin sommigen dachten dat een atoomoorlog beheersbaar zou zijn. Voor de zwaarst gewonde slachtoffers stonden hier beneden ook stapelbedden klaar, alle andere patiënten zouden hogerop een plek krijgen in de beddenhuizen van de kuurinrichting, die, zodra het hel losbarstte, binnen de kortste keren tot noodziekenhuis zou kunnen worden omgebouwd.

"Zou kunnen, zou worden": gelukkig is het nooit zo ver gekomen. De bunker met alle voorzieningen is geen enkele keer gebruikt. "Mijn enige taak was een keer per maand de hele installatie te laten draaien en elk aggregaat te testen", zo herinnert zich Heinrich Möller. De uit Bentheim afkomstige Möller, nu 82 jaar, was tot en met 1994 hoofd technische dienst van de Fachklinik en daarmee ook verantwoordelijk voor het onderhoud van het noodziekenhuis. Toen de bunker in 1967 werd gebouwd, was hij juist als jonge man bij de Fachklinik begonnen. "Toen ik in 1994 met pensioen ging, was het al duidelijk: dit alles wordt binnenkort opgedoekt." En inderdaad kwam in de jaren daarna tot twee keer toe een ploeg van het toenmalige Bundesamt für Zivilschutz uit Bonn naar Bentheim om de bunker leeg te ruimen. Het meeste ging de afvalcontainer in. Wat nog bruikbaar leek, ging naar humanitaire hulpprojecten.

"Ongelooflijk wat hier aan waardevolle zaken uit enkele decennia is vernietigd", zo zegt Thorsten Krämer, de opvolger van Heinrich Möller als hoofd technische zaken. Bij de tocht door de kale gangen verbaast hij zich over de appartuur en de installaties aan de muren. "Alles van topkwaliteit", zo stelt hij met een deskundige blik vast. "Tegenwoordig zou dat onbetaalbaar zijn."

Wat is de toekomst van de bunker?

Het is nu de taak van Krämer alle nog resterende installaties, de gigantisch luchtfilters, de dieseltanks, de kooktoestellen, de drinkwaterinstallatie met de enorme opslagtank van 60.000 liter buiten gebruik te stellen. Tot nu toe kwam steeds de TÜV op bezoek om alles nauwkeurig te controleren. De kosten daarvan wil de Fachklinik zich, als niet geheel vrijwillige nieuwe eigenaar, natuurlijk besparen.

Wat er met de bunker moet gebeuren? Directeur Klaus Kinast haalt vertwijfeld zijn schouders op. De muren bestaan uit 60 cm dik beton en daardoor is het niet zomaar mogelijk de wirwar aan kamers, gangen en zaken te verbouwen. Het grootste probleem is echter dat de kelder direct naast de zwavelbron is gebouwd. "Dat is daar beneden ook goed te ruiken. Daar kun je niet eens een archief onderbrengen." Klaus Kinast is al blij wanneer de kliniek de ruimtes, diep in de moerassige grond, enigszins droog kan houden en het overblijfsel oude Koude Oorlog een niet al te grote kostenpost wordt.

Terug uit de onderwereld laat Thorsten Krämer de zware deur voorzichtig achter zich dichtvallen. Dan haalt hij het hangslot uit zijn broekzak en sluit de deur zorvuldig af. "Ik was altijd bang dat ik daar beneden een keer zou worden ingesloten", zo herinnert Heinrich Möller zich de ontelbare keren dat hij er zijn controleronde hield. Zijn opvolger Krämer knikt: "Ik neem het slot ook altijd mee wanneer ik naar beneden ga." Om te voorkomen dat in deze bodemloze put, hoewel ooit bedoeld om levens te redden, iemand een keer levend wordt begraven.

© Door Steffen Burkert (tekst), 12-02-2011

Trip naar de onderwereld

De angst te worden ingesloten is er altijd.

Onder de Fachklinik Bad Bentheim bevindt zich in een een reusachtig labyrint een noodziekenhuis. Hier ga je terug naar de tijd dat een atoomoorlog in Europa een realistisch scenario was.